Dé Damloop-man

Scroll this

De beste Nederlander op de Dam tot Damloop ooit liep in 1991 met oversized Oakley bril en opvallende snor van Amsterdam naar Zaandam. Met zijn karakteristieke shuffle pas veroverde hij een 2e plaats. Nooit liep een Nederlander nog een snellere tijd dan Marti ten Kate. Wat is zijn geheim?

De 7e Damloop, 29 september 1991: Marti loopt die dag van Amsterdam naar Zaandam in de kopgroep. Afrikaanse lopers liepen in deze tijd voor het eerst met een Nederlandse wegwedstrijd mee. Toch finisht hij die dag als tweede. Wat was zijn tactiek? Wat kunnen we leren van zijn trainingsstrategie? En waarom ging zijn gezicht altijd schuil achter die grote glimmende glazen?

Podiumplaatsen toen en nu

‘In mijn topjaren was het bijzonder dat er Afrikanen meeliepen. Ik vond het prachtig dat ik moest concurreren met die snelle mannen. Maar het waren er altijd maar een paar. Daardoor haalde ik nog wel eens een podiumplaats. Tegenwoordig is het voor een Nederlander heel lastig om een wedstrijd te winnen. En met mijn tijd van toen (46.06 red.) val je nu ook echt niet meer in de prijzen,” lacht de bescheiden Ten Kate. ‘Er is vandaag ook minder aandacht voor Nederlandse lopers. Tv-ploegen wachten meestal nog net tot de eerste Nederlander over de streep komt, en vinden het dan wel mooi geweest.’

Foto: ANP archief
Foto: ANP archief

Parttime & kort trainen

Maar er is meer veranderd dan het deelnemersveld in die ruim 25 jaar weet Ten Kate. ‘Zo’n 20 jaar geleden werkten alle topsporters naast hun atleten bestaan. Nu zijn ze allemaal fulltime sporter. Dat past ook bij de manier van trainen van deze tijd. Een heel uitgebreide warming-up en cooling down, core stability oefeningen en veel aandacht voor loopscholing zijn nu allemaal heel normaal. Daar deden we vroeger niet aan hoor. Gewoon even inlopen, dan “10 keer een duizendje lopen” en even uitlopen. Meer dan een uur was je niet kwijt.’ De nieuwe manier van trainen definieert Ten Kate zeker niet als slechter, ‘maar wél als veel langer. En ze worden er nog niet perse sneller door,’ lacht hij. Ten Kate benadrukt ook: ‘Natuurlijk blijft het hardlopen an sich gewoon het allerbelangrijkste onderdeel van je trainig.’

Marti’s stijl

Marti ten Kate is bekend om zijn markante loopstijl: een heel zuinige korte shuffle pas, met zijn lichaam een beetje scheef en heel diep, bijna zittend, in de benen. Had hij zelf misschien wat meer aan loopscholing moeten doen? ‘Geen idee of ik daardoor sneller had gelopen. Misschien liep ik juist hierdoor wel zo hard. In elk geval was er niemand die het probeerde te veranderen.’ Bob Boveman (loopexpert en commentator van veel wedstrijden red.) heeft de bewuste Dam tot Damloop van ‘91 wel eens geanalyseerd, hij telde “een extreem groot aantal reactieve passen”.

‘Het is of stevig doorlopen, of je doet het rustig aan. Voor mij zat er vrij weinig tussen.’

Commitment en instelling

Destijds waren dertien trainingen in de week de normaalste zaak van de wereld. ‘Twee keer per dag en op zondag liep je één lange duurloop. Dat mis ik momenteel wel een beetje bij de jeugd: de passie, het volledige commitment. Daar is 5 à 6 keer in de week trainen al heel vaak. De beleving en instelling is gewoon niet meer hetzelfde, maar dat heeft wellicht ook met tijd te maken. Uiteraard traint de absolute top wel heel hard.’
En dat sluit goed aan bij Ten Kate die zelf niet van het “grijze loopgebied” houdt. ‘Het is of stevig doorlopen, of je doet het rustig aan. Voor mij zat er vrij weinig tussen. Die aanpak werkte. Ik ging vaak het laatste duizendje volle bak, dat vond ik ook wel lekker, daar liep ik goede tijden mee én mijn lijf bleef hiermee in tact. Tot en met een halve marathon kwam ik daar goed mee weg. Bij de marathon werd ik gedwongen om rustiger te trainen en lopen.’

marti-ten-kate-4

Gekleurde massa

Nu 31 jaar na de aftrap van de 1e Dam tot Damloop, blijft het aantal deelnemers aan de race stijgen, hiermee de gemiddelde finishtijd ook. ‘Destijds was iedereen na 1 uur 20 binnen. Tegenwoordig begint het binnenkomen dan pas. Ten Kate vindt het wel geweldig om te zien: een wedstrijd is nu één groot kleurenspektakel. Hij loopt zelf het liefst in fel geel en fel oranje kleding. ‘Geweldig toch al die fleurige kleding van tegenwoordig. Ik heb mijn donkere sombere shirts met plezier ingewisseld.’ Aan zijn schoenen is hij wel erg trouw: ‘Ik liep toen op de Nike Pegasus, en loop nog steeds op Pegasus-achtige schoenen.’

‘Geweldig toch al die fleurige kleding van tegenwoordig. Ik heb mijn donkere sombere shirts met plezier ingewisseld.’

Welkom mét zonnebril

Bij Run2Day Overtoom in Amsterdam is speciaal in aanloop naar 18 september 2016 een pop-up Damloop Store geopend. Hier customizen bezoekers een shirt met een uniek Damloop design. Eén hiervan bestaat uit “de bril & snor van Marti”, ‘hartstikke leuke en een eer,’ roept hij uit. ‘Destijds droegen lopers geen bril. Maar ik draag contactlenzen, en aangezien er vooraan steeds meer auto’s en motoren reden, had ik altijd last van mijn ogen. Met een zonnebril op had ik daar geen last van. Het werd mijn handelsmerk. Soms belden organisatoren me op en nodigden me uit voor een race met als bijvraag: “Marti, je zet dan toch wel je zonnebril op he?”

Geschreven door: Esther Vliege