Ik ben bang maar ik geniet Race-day

Scroll this

Trainingen zijn essentieel om een ultra marathon te kunnen lopen. Maar naast fysieke trainingen moet je ook mentaal klaar zijn. 56 KI-LO-ME-TER loop je niet zomaar even. Door weer en wind zijn er trainingskilometers afgelegd, ben ik in m’n eentje op pad gegaan voor het mentale gedeelte en heb ik mijn voeding voor tijdens de race getest. Maar is dit genoeg? Ga ik het redden?

Ik ben bang, eigenlijk al best lang ben ik bang voor de uitdaging die ik ben aangegaan. En opeens ben je nog maar één nacht slapen verwijderd van de start van de Two Oceans Marathon. Samen met Edgar tref ik de laatste voorbereidingen voor de race. Het mooie van twee fanatieke atleten op een kamer is dat je elkaar gek gaat maken.

‘Een bange loper, is een goeie loper.’ – Hans Koeleman

Waar ik dacht dat ik alles al 100% klaar had liggen, ging ik door Edgar toch weer twijfelen. Edgar ging namelijk in een t-shirt lopen en ik had een singlet klaargelegd. Fuck, ja morgen is de enige dag dat het bewolkt is en 23 graden is. En inderdaad ik heb geen enkele keer met mijn Nathan waterzak met dat singlet gelopen dus dat zou wel eens flink kunnen gaan schuren. Dus startnummers van singlet op shirt!

jordy-kit

Voor we gaan slapen nemen we nog even ons race-plan door. Nou ja, Edgar neemt zijn race-plan door en voor mijzelf is het noodzaak dat ik juist heel langzaam begin. Van echt racen is dus geen sprake. Voor ik m’n ogen dicht doe denk ik nog even aan Hans Koeleman. Want ik ben bang! Hans zei mij steeds: ‘Jordy, een bange loper, is een goeie loper’.
Klik, licht uit.

Go to the start

Om 4:00uur gaat de wekker. Normaal gesproken ben ik er niet uit te branden. Edgar en ik kijken elkaar aan en we weten dat het vandaag moet gebeuren. Belangrijk is om ruim van te voren nog even wat brandstof naar binnen te werken. Na wat wit brood, muesli, fruit en een kop koffie gaat het echt beginnen.
De benen zijn goed glad, de beste running-gear gaat aan én de voeding voor onderweg gaat mee. Inclusief het voedingsplan dat in het hoofd zit.

start-jordy

In de straten van Kaapstad is de spanning te voelen. Duizenden atleten maken zich op voor hun race. Bij de start aangekomen gaat het pas echt kriebelen. Zes keer de bosjes in om de laatste druppels eruit te persen. Nog voor de start even wat versnellingen alsof ik een 400m moet gaan lopen. Tijdens deze versnellingen denk ik ook bij mezelf: “Dude doe ff relaxed”.

Samen met Cynthia die via Run4Schools haar eerste ultra gaat lopen ga ik in het startvak staan en worden we voor de start overvallen door een kippenvel moment. Het volkslied van Zuid-Afrika wordt gespeeld. 16.000 atleten en omstanders zingen dit uit volle borst mee. Sommigen tot huilens aan toe. Hoe kun je je adrenaline voor een race even goed op pijl krijgen. Zo dus!

Omdat ik achteraan in het startvak sta hoor ik het aftellen niet maar alleen de keiharde knal van het kanonschot. We zijn gestart.

De eerste kilometers gaan langzaam. Zelfs nog langzamer dan ik mezelf had voorgehouden. Met Cynthia had ik afgesproken om op 6:00min/km te beginnen maar door de enorme drukte lukte dit niet eens.
Na een kilometer of acht hoor ik mijn naam; ‘Jordy please go to the left’. Ik denk wat zullen we nu krijgen. KOMT ER EEN GAST MIJ ACHTERSTEVOREN INHALEN. Ik kijk Cynthia aan en zeg; ‘dit zal toch niet he’. Deze man, gaat de 56 KI-LO-ME-TER achteruitlopend lopen. Heuvel-op en heuvel-af.

Stick to the plan!

De kilometers vliegen voorbij. Gaan makkelijk. En ik geniet van elk van deze kilometers. Het mooie is dat ik ook van voedingspunt naar voedingspunt loop. Elke twee kilometer staat er een verzorgingspost, met waterzakjes. Nee, hier hebben ze geen irritante bekertjes waarbij je het merendeel in je neus giet in plaats van in je mond. Handige zakjes waarbij je een gaatje met je tanden maakt en ‘m zo leegzuigt of knijpt.

Edgar was de avond voor de race nog eens goed aan het uitrekenen welke energy-gel hij waar zou nemen. Zelf had ik me voorgenomen gewoon 15 gels mee te nemen en deze willekeurig naar binnen te werken. Je lichaam neemt elk uur maximaal 60gram koolhydraten op dus heeft het geen zin om meer te nemen maar is het wel enorm belangrijk om niet te weinig binnen te krijgen. Ik laat me dus wederom gek maken en neem het plan van Edgar over. Voor de start en daarna elke 8 kilometer neem ik een gel en voor de heuvels zelfs twee. Tussendoor neem ik mijn SIS energie drank die ik in de camelbag mee heb. Voor de rest neem ik bij de drankposten alleen maar water.

Ik dwing mezelf zoveel mogelijk te drinken dus elke verzorgingspost pak ik twee waterzakjes aan. Deze laat ik in m’n handen eerst wat warmer worden zodat het water niet zo koud op de maag valt. Ondanks dat het niet heel zonnig is, is de temperatuur wel zo’n 23 graden dus zweten doe je als een otter.

Raceday_jordy-bw

Vleugels gevolgd door………

De eerste echte klim van het parkoers is de Ou Kaapse Weg. Een klim van 6 kilometer. Met kleine pasjes blijf ik omhoog lopen. Veel mensen schakelen hier al terug naar wandelen maar ik wil echt een beetje tempo erin houden. Het gaat verrassend ‘makkelijk’. Halverwege ben ik m’n loopmaatje Cynthia kwijt. Jammer, maar uiteindelijk is het toch het beste om in je eigen tempo op een cadans naar boven te lopen. Die van mij was in de categorie ‘koffiemolentje’ van Lance Armstrong alleen stond ik bijna stil in plaats van dat ik omhoog schoot.

Tijdens de stijle afdaling waarbij ik veel lopers inhaal wordt er aantal keer geroepen: ‘Jordyyyyyy, slow down, you’re killing your legs’. Op ieder startnummer staat naast je naam ook hoe vaak je aan de halve of de ultra van de Two Oceans hebt meegedaan. Bij mij in beide gevallen dus 0x.

It’s just a hill. Get over it!

In de afdaling word ik aangesproken door twee oudere Afrikaanse lopers. Internationale lopers hebben een oranje startnummer en dus makkelijk te herkennen. Als je boven de 40 bent komt er ook 40 op je nummer te staan. Of 50. En ja, er zijn ook nummers waar 60 op stond mij voorbij gegaan!!!
Henk en Jo-Anna vragen waar ik vandaan kom en er is een 10 kilometer langdurend gesprek geboren.
Wel besef ik tijdens het gesprek dat er bij zowel Henk als bij Jo-Anna 60 op het nummer staat. Tijd om dus echt even een tandje bij te zetten.

race-jordy

……… een mentale tik heuvel op

Bij 40 kilometer voel ik mij opeens helemaal top. Ik hoef nog maar 16 kilometer en het gaat echt vanzelf. 5 kilometer verderop besef ik dat ik dat ik verder loop dan ooit tevoren. Omdat dit ook gepaard gaat met een flinke klim geeft mij dit zo’n mentale klap. Van het ene op het andere moment zit ik stuk. Ik heb geen idee hoe lang de klim is, het zijn alleen maar bochten en de weg loopt nog schuin af ook. Ik loop te vloeken; Fucking hell, hoelang duurt die klim nog?!

Willem, een Afrikaanse loper pakt me bij m’n schouder en geeft me een zetje. Hij wijst naar een bord langs de weg waar opstaat: It’s just a hill. Get over it.
Deze borden hebben mij de rest van die %^&$! klote klim een lach op het gezicht gegeven. Willem zorgt ervoor dat ik net even harder loop dan dat ik daarvoor deed. Hij heeft ‘m al 3x op z’n naam staan zie ik op z’n nummer. We gaan over het 50 kilometer punt. Nog maar een klein stukje en we geven nog even wat meer gas. En bij 51 kilometer is het PATS. Kramp in m’n linker hamstring. Van knieholte tot bil. Ik schrik me te pletter. Ik geef Willem aan dat ie maar verder moet lopen en dat ik even snel ga rekken en ff een tandje terug doe. Maar nee, Willem helpt even rekken. Wandelt 100m met me en we gaan weer verder. Op 53 PATS, kramp in m’n rechter hammie. Waarschijnlijk omdat ik toch even wat anders loop om de linker te ontzien. Even snel losschudden en weer verder.

Finishen in stijl

Als een houten Klaas loop ik de laatste kilometers. En met nog 1.5 kilometer te gaan is het PATS weer de linker hamstring die vol in de kram schiet. Willem m’n partner in crime zegt me: ‘Jordy, stretch your fucking hammie one more time, than we walk 200m. But you have to run to the finishline. You can’t walk on the gras to the finish!’

We komen het grasveld richting de finish op. Onder luid gejuich worden we naar de finish gedragen.

Na de finish wil ik maar één ding. Zitten op de grond met m’n medaille om mijn nek en kijken naar alle helden die finishen. Helden die moegestreden maar fucking blij zijn. Na ruim een half uur komt er een andere held binnen. En ja ACHTERSTE VOREN. Ik ben dus toch eerder gefinisht dan hij. Dat doet me goed. Meer dan een uur zit ik op de grond. Ik krijg een heerlijk koud blikje Coca Cola aan gerijkt maar heb die niet eens opgedronken. Ik kan niet stoppen met lachen, met genieten, blij zijn en al die blije gezichten in me opnemen. Dat was nog veel lekkerder dan dat koude blikje Coca Cola. En trust me, I love Coca Cola.

Ik was banger, had meer pijn, liep verder en liep veel langzamer dan ooit. Maar ik ben gefinisht. In stijl. Deze medaille heb ik vanaf kilometer 45 aan gedacht. Op NK’s heb ik veel medailles gepakt, maar deze voelde beter dan welke dan ook.

56-KI-LO-ME-TER the day after

Een van de redenen dat ik deze ultra wilde lopen is omdat ik ook heel erg benieuwd was naar wat dit met je lichaam doet. Ik heb altijd heel hard getraind. Heel erge spierpijn is voor mij niet nieuw. Direct na de race en dezelfde avond liep ik al als een 90 jarige. En voelde me 100. Althans dat denk ik.

‘s Nachts word ik wakker van enorme gloeibenen. Mijn benen hebben 56 KI-LO-ME-TER gelopen. Heuvels omhoog gesjouwd en enorme klappen verwerkt bij het dalen. Ze schreeuwen nu: ‘Hindriks, dit is wat je ons 5uur en 44minuten hebt aangedaan’. Omdraaien in bed doet zeer.

De volgende ochtend stap ik mijn bed uit. Ik waggel als een pinguïn door de kamer en kan mezelf niet eens aankleden.

Ze zeggen dat de tweede dag na de race de spierpijn het ergst is. Ik neem het voor lief! Deze race, de weg er naartoe, de mensen die ik heb leren kennen. Niets zou ik willen missen. Het enige dat ik wil zeggen, en dan citeer ik Edgar:

Veel mensen hebben een marathon op hun bucket list staan, maar inmiddels heb ik beide gedaan en daag jullie uit om de marathon door te krassen en deze ultramarathon te noteren. Voor mij stijgt de ervaring, de sfeer, de afstand en het parcours van deze wedstrijd ver boven mijn marathonervaringen uit. Dus ligt het in je vermogen de Two Oceans te rennen, schrijf je dan in voor de editie van 2016!

Mijn enige toevoeging: Sla die saaie marathon over en doe direct het echte werk. Go run an ultra marathon.

– Photocredit | Joyce Bongers <www.joycebongers.nl> –

3 Comments

  1. Indrukwekkend, maar kan jij/iemand mij vertellen langs welke weg je die inschrijving het beste doet? (ik ga trouwens niet voor een 56 km maar voor een meer relaxte two oceans ½ marathon in 2016 . Ben ook al 65 en dan dus 66 (ha, ha)
    Alvast bedankt voor de info

  2. Ik heb het vorig jaar gelezen en nu weer nadat ik m zelf gelopen heb. Zo herkenbaar, what a feeling. Ben nog steeds aan het nagenieten!

Submit a comment