Kotsen en weer doorgaan. Mijn eerste ultra-marathon.

Scroll this

Afgelopen maand liepen Edgar en ik samen met een mooie club mensen midden in de nacht door de duinen van Schoorl. Oud-Olympisch steeplechase atleet Hans Koeleman had ons uitgenodigd voor wat later een bizarre loop zou worden en bestempeld kan worden als de hel van het noorden. Na deze helse run door de nacht vroeg Hans of ik zin had om het tweede weekend van februari een duurloop van 42km te lopen. Van IJburg naar Marken en weer terug.

‘Hans, dit is bijna f*cking twee keer zover dan dat ik ooit gelopen heb’, is mijn reactie. ‘Jordy, de Two Oceans Marathon is al op 4 april hé?’, zegt Hans. Hij voegt er aan toe dat we om 5:30 uur starten zodat we in alle rust over de dijkjes van Durgerdam, Uitdam en Marken kunnen lopen en daarbij de zon zien opkomen. De zon zien opkomen kan me gestolen worden denk ik. Ik moet 42 KI-LO-ME-TER hardlopen. Op de een af andere manier heeft Hans altijd een mega inspirerende uitwerking op mij, of we het nu hebben over baanatletiek of over heel lang heel langzaam sjoggen. Ook deze keer zeggen mijn benen na een tijdje ouwehoeren met Hans: ‘Lopen Hindriks, gewoon lopen!’

IMG_6413

Buikvirusje of bang voor wat komen gaat
Enkele dagen voor de tocht van IJburg naar Marken en terug begin in een rare buik te krijgen. Vroeger kon ik zo’n rare buik wel eens hebben op de dag van een wedstrijd. Maar dit is een buikvirusje. Je kent het wel, 10 keer per dag naar de wc en alleen al niet meer willen omdat je het afvegen wilt vermijden. Mijn vriendin, topsportarts van beroep, zorgt dat er na elk toiletbezoek een glas water met ORS klaar staat. ORS is essentieel als je aan de schijt bent. Bij schijterij verlies je veel vocht, maar ook vitamines, mineralen en zouten. Als je alleen water drinkt maar deze andere ingrediënten niet aanvult dan de-hydrateer je teveel.

14 februari, de dag voordat ik de enorme afstand ga lopen, lig ik bijna de hele dag in bed. ‘Als je geen Valentijnsdag met mij kunt vieren omdat je ziek, zwak en misselijk bent dan moet je morgenochtend vroeg ook maar afzeggen,’ aldus mijn vriendin. Waarop ik tegen mezelf zeg: ‘Hindriks, stel je niet aan.’ Wat me stiekem nog meer bezighoud is dat als ik morgen niet meega ik waarschijnlijk zo’n mega afstand in m’n eentje moet lopen. Dus spring ik uit bed, voel me direct een stuk fitter (NOT) en wordt ’s avonds door m’n vriendin verwend. Met een heerlijk etentje thuis.

Als je 4 tot 5 uur gaat hardlopen wil je niet iedere kilometer de bosjes in moeten duiken. Daarom neem ik ‘s avonds pilletjes waardoor de schijterij stopt. Na een dramatische nacht, waarbij ik grotendeels wakker lig van het geborrel in m’n buik en op de momenten dat ik slaap droom dat ik me ga verslapen, gaat om 4:00 uur de wekker. Ik rijd het centrum van Rotterdam uit en zie mensen die van het stappen naar huis fietsen terwijl ik met veel tegenzin twee witte bolletjes kaas en een banaan naar binnen prop.

Kotsen en weer doorgaan
Als ik bij Hans op IJburg aankom klop ik op het raam. Het hele gezin slaapt natuurlijk nog. Even later zit ik met vier mooie baasjes aan tafel die nog even een goeie bak koffie wegslurpen. Voor de zekerheid ga ik nog één keer naar de wc.

Na de eerste paar kilometer voel ik me niet fijn. We keren een dijkje op dat ons leidt richting Durgerdam. Ik heb de hele tijd het idee dat ik de bosjes in moet en m’n buik rommelt als een gek. Gelukkig heb ik mijn Nathan rugzak weer bij me. Op deze gear ben ik, naast mijn paar adidas Glide 7 hardloopschoenen, verliefd geworden. Het geeft rust omdat je weet dat je alles wat je tijdens een lange duurloop nodig hebt makkelijk kunt meenemen. En het loopt ook nog eens comfortabel.

IMG_6411

Op de dijk naar Durgerdam hebben we enorme tegenwind vanaf het IJsselmeer. Bij een graadje of 2 in het donker slaat dit nog meer op mijn maag. Ik geef de groep aan dat ik beneden aan de dijk ga lopen omdat ik het te koud heb op de dijk. We lassen gelijk even een plaspauze in. Op dat moment voel ik dat er een hele hoop water in m’n mond ophoopt en ik weet uit ervaring dat dat het moment is dat ik moet overgeven. Tot drie keer toe ga ik over m’n nek en bedenk dat ik toch echt al na 7km terug moet gaan. Hans komt naar me toe en vraagt of het echt wel gaat. Nog één keer ga ik goed over m’n nek, kijk Hans aan en zeg: ‘Gaat top, we kunnen verder.’

‘Na het keerpunt in Marken kom ik in een flow. Ik loop verder dan ooit. Langzamer dan ooit. Op de terugweg van Marken naar IJburg heb ik praatjes voor tien. Geniet volop van de het heerlijke zonnetje. Ik heb energie over. Zoveel dat de laatste paar kilometer mijn snelste zijn. Wat een kick.’

Coca Cola en ontbijtkoek
Het voordeel van lopen met ervaren ultra-lopers is dat ze je erg goede tips geven. Eén van de belangrijkste dingen tijdens ultra-lopen is dat je op tijd maar ook blijft eten en drinken. Ook al heb je dus geen dorst of honger. In m’n rugzak heb ik in totaal 7 gels mee en 800ml water gemengd met SIS (Sports in Science) carbo energiedrank. Na veel uitproberen is dit het merk wat mij het lekkerste ligt tijdens het lopen. Naast de voeding en drank die we zelf mee hebben genomen, heeft Hans de dag ervoor ook nog twee verzorgingsposten gemaakt. Weer zo’n mooie tip. Op de dijk staan talloze stalen prullenbakken. In twee van deze prullenbakken heeft Hans langs de route dichtgeplakte plastic tassen gedropt met sportdrank en gels. Bij de tweede en laatste post trekt-ie er een tas met ontbijtkoek en Coca Cola uit. COCA COLA, damn is dat even lekker na ruim 34km op de teller.

Van lopen als een hinde naar every km I’m shuffeling
Hans heeft dus twee keer aan de Olympische spelen meegedaan op de 3000m steeplechase en is hij jaren lang Nederlands recordhouder geweest op dit onderdeel. Hans liep vroeger met mooie krachtige maar soepele passen over het tartan (oké, in zijn tijd vaak nog gravel). Deze manier van lopen met een hoge knie-inzet zijn funest voor een ultra-loper. Als ultra-loper moet je een zo zuinig mogelijke pas lopen. Noem het shuffelen. Een ultra-bazin die dit tot in perfectie kan en daardoor ook zo goed is in ultra-lopen is Léonie van den Haak. Als je 20 jaar getraind hebt op snelheden boven de 18km/uur met een knie-inzet van heb ik jou daar, is dat shuffelen niet makkelijk kan ik je vertellen. Als mensen vertellen dat je loopstijl eruit ziet als dat van een hinde die over de vlakte rent is het moeilijk om dit te veranderen. Al helpt het langzame tempo wel. Bij 10 tot 11km/uur uur is het de kunst je knieën zo min mogelijk op te tillen en alleen je hakken naar achter te bewegen. Zo bespaar je energie én voorkom je een hoge schokbelasting op de bovenbenen.

IMG_6405

Ik zou nooit een marathon lopen, dus moet ik verder lopen
De laatste kilometers over de dijk bij Durgerdam gaan makkelijk. Heel makkelijk. Mijn benen willen eigenlijk alleen maar versnellen. De zon doet wonderen. Ik moet zelfs een paar keer even tot bedaren worden gebracht want het doel van de run is uren in de benen krijgen. Langzame uren.
Omdat we tot de huisdeur van Hans “maar” op 40 km zouden uitkomen geef ik aan dat ik minimaal nog wil doorlopen tot 43km. Ik heb altijd gezegd dat ik nóóit een marathon zou lopen. Maar om te stoppen op 40km gaat er bij mij niet in. Samen met Johan, die ook de 60 van Texel gaat lopen, trek ik nog even door en lopen we zigzaggend over IJburg. Johan laat alle mooie plekjes zien en bij zeilschool Kapitein Uil, roept-ie dat we precies op 42,195km zitten. Een MA-RA-THON dus. De benen voelen goed. Ik neem nog een paar slokken energiedrank en loop terug naar de finish, het huis van Hans. Bij binnenkomst delen we high-fives uit en om de bijna 4500Kcal aan te vullen staat er lekker zoute chips en koek op tafel. Dit is je eerste ultra-marathon zegt Hans. Het voelt niet zo, maar voor deze ouwe sprinter is het wel degelijk een ultra-marathon. Na twee bakken chocomel en veel mooie verhalen vind ik het jammer om te vertrekken. Maar mijn lichaam schreeuwt om een warme douche. Op de terugweg naar Rotterdam denk ik; Hindriks heb je je onbewust weer zo opgewonden dat je er ziek van bent geworden? Dat gaat dan nog wat worden in Kaapstad als je nog 11km verder moet met 1900 hoogtemeters.

De twee volgende dagen heb ik nog last van het buikvirusje. Maar die kilometers zitten in mijn benen. In mijn gladgeschoren benen. Aerobe zit het goed. Of ik voor 4 april nog een keer zo’n afstand loop weet ik niet. Het belangrijkste is heel blijven, geen gekke dingen doen en ervoor zorgen dat ik geen buikvirus oploop in de dagen voor of tijdens de race.

1 Comment

Submit a comment